Warning: Undefined array key "nl" in /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php on line 42

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/stud330394/public_html/pages/blog-articolo.php:42) in /home/stud330394/public_html/template/header.php on line 61
Commentaar op de Beschikking nr. 10939 van 2024: Opschorting van de Invordering en Geldigheid van de Executoriale Titel | Advocatenkantoor Bianucci

Commentaar op Verordening nr. 10939 van 2024: Opschorting van Invordering en Geldigheid van Executoriale Titel

Recentelijk heeft het Hof van Cassatie Verordening nr. 10939 van 23 april 2024 uitgevaardigd, betreffende de opschorting van de invordering middels een rol. Deze beslissing biedt belangrijke inzichten voor belastingbetalers en juridische professionals, aangezien zij de wijze van indiening van verzoeken tot opschorting en de vereisten voor hun ontvankelijkheid verduidelijkt.

De Wettelijke Context

Het arrest past binnen de geldende wetgeving, met name artikel 1, lid 538, van wet nr. 228 van 2012, dat de opschorting van de invordering regelt. Op grond van deze bepaling heeft de belastingbetaler de mogelijkheid om opschorting te vragen ter verkrijging van de ambtshalve annulering van de vordering, indien deze wordt ingesteld bij gebreke van een geldige executoriale titel. Dit vormt een belangrijk beschermingsinstrument voor de belastingbetaler, aangezien het de bescherming van het economische principe van de belastingheffing mogelijk maakt en gebreken in de communicatie tussen de schuldeiser en de invorderingsambtenaar kan herstellen.

Analyse van de Kern van het Arrest

Rol - Opschorting van invordering - Artikel 1, lid 538, van wet nr. 228 van 2012 - Doel - Redenen - Mogelijke oorzaken toe te schrijven aan de schuldeiser - Ontvankelijkheid - Gebreken in de invorderingsactiviteiten - Uitsluiting - Gevolgen - Specifieke situatie. Wat betreft de invordering middels een rol, wordt de belastingbetaler het recht toegekend om een verzoek tot opschorting in te dienen met het oog op de ambtshalve annulering van de vordering, indien deze wordt ingesteld bij gebreke van een geldige executoriale titel, met als doel het economische principe van de belastingheffing te beschermen en gebreken in de communicatie tussen de schuldeiser en de invorderingsambtenaar te herstellen; hieruit volgt dat alleen de in artikel 1, lid 538, sub f), van wet 228 van 2012, zoals gewijzigd door artikel 1 van wetsdecreet nr. 159 van 2015, genoemde gevallen van opschorting, die betrekking hebben op de belastingplichtige of zijn vordering, geschikt zijn voor dit doel, en niet de activiteiten van de invorderingsambtenaar, aan wie niettemin een summiere beoordeling van de verzoeken wordt overgelaten om kennelijk vertragende verzoeken af te wijzen. (In dit geval heeft het Hof de uitspraak vernietigd die het verzoek tot opschorting van de rol had ingewilligd uitsluitend wegens de onregelmatige betekening van de aanslag wegens verval van de invorderingsambtenaar van de activiteit als bedoeld in artikel 25 van presidentieel decreet nr. 602 van 1973, zonder de reikwijdte van de aanvraag en de ter ondersteuning van het verzoek tot opschorting verstrekte documentatie te onderzoeken en de toerekenbaarheid ervan aan een van de wettelijk bepaalde gevallen).

Deze kern benadrukt hoe het Hof het belang van een geldige executoriale titel heeft benadrukt om de verschuldigde bedragen te kunnen invorderen. Bovendien heeft het Hof verduidelijkt dat verzoeken tot opschorting uitsluitend betrekking mogen hebben op gebreken van de belastingplichtige en niet op kwesties met betrekking tot de activiteiten van de invorderingsambtenaar. De beslissing om de eerdere uitspraak te vernietigen onderstreept het belang van een grondige analyse van de verzoeken tot opschorting, waarbij de noodzaak wordt benadrukt om de bijgevoegde documentatie en de reikwijdte van het verzoek te beoordelen.

Conclusies

Verordening nr. 10939 van 2024 vertegenwoordigt een belangrijke stap voorwaarts in de definitie van de criteria voor de opschorting van de invordering. Het verduidelijkt de toegang tot dit beschermingsinstrument voor belastingbetalers, waarbij de noodzaak van een geldige executoriale titel als fundamentele voorwaarde wordt benadrukt. Het is van cruciaal belang dat belastingbetalers adequaat worden geïnformeerd over hun rechten en de verdedigingsmogelijkheden in geval van betwisting van vorderingen. De uitspraak beantwoordt dus niet alleen een specifieke situatie, maar biedt ook een duidelijker en gestructureerder wettelijk kader voor de behandeling van fiscale geschillen.

Advocatenkantoor Bianucci